Classificatie

Met de if-ic methodiek worden functies geanalyseerd aan de hand van zes criteria. Die vormen de basis voor een objectieve vergelijking van de functies.

  • Kennis & Kunde
    De kennis die nodig is om een functie te kunnen uitoefenen. Deze kennis kan verworven zijn door scholing en vorming, maar ook door ervaring. Het diploma vormt op zichzelf geen criterium. Het diploma is vaak de opstap die nodig is om over de vereiste basiskennis te beschikken. Kennis en kunde gaat echter verder dan wat een functiehouder op school leerde.
  • Leidinggeven
    Het hiërarchisch of niet-hiërarchisch coachen en aansturen van medewerkers binnen de organisatie naar het bereiken van de vooropgestelde doeleinden. Meestal hebben leidinggevenden een hiërarchische positie. Binnen de non-profit zijn er ook een groot aantal functies die vanuit een niet-hiërarchische rol medewerkers moeten aansturen. Ook deze vorm van leidinggeven wordt in rekening gebracht.
  • Communicatie
    Hierbij wordt afgetoetst welke de vereiste vaardigheden zijn om relaties, zowel mondeling als schriftelijk, intern of extern, met (groepen) mensen te onderhouden bij een normale uitoefening van de functie. Er wordt daarbij nagegaan met welke groepen men contact moet houden en ook hoe complex de communicatie is. Een erg belangrijk aspect is bijvoorbeeld het inlevingsvermogen dat nodig is in de relaties met patiënten en hun familie.
  • Probleemoplossing
    Wat is de moeilijkheidsgraad van problemen en situaties die men als functiehouder moet oplossen? En in welke mate bestaat er een samenhang tussen diverse taken waarin de problemen moeten aangepakt worden?
  • Verantwoordelijkheid
    Hier wordt bekeken welke beslissingsruimte een functiehouder heeft bij het uitvoeren van de functie en vooral wat de mogelijke impact is van de beslissingen. Uiteraard weegt ook de verantwoordelijkheid voor het welzijn en de gezondheid van patiënten en bewoners hierin sterk door. Ook financiële impact kan hier bijvoorbeeld een belangrijke rol spelen.
  • Omgevingsfactoren
    Het geheel van factoren die een functie ongunstig of gevaarlijk maken (zowel materiële factoren, psychische factoren als fysieke factoren). Het gaat om externe omstandigheden zoals het heffen en tillen van zware lasten, het werken in extreme temperaturen, de omgang met agressie en het contact met ziekte, lijden en dood.

De criteria zijn zo gekozen dat ze de functies goed afdekken. Toch zijn er bepaalde zaken die bewust niet meegenomen werden:

Talenkennis: De nood aan een specifieke talenkennis wordt in belangrijke mate bepaald door de regionale setting.  Het waarderen en verlonen van deze bijkomende functievereiste wordt het best op een aanvullende wijze gerealiseerd.

Onregelmatige prestaties: Het tijdstip van uitoefening van de functie wordt niet meegenomen in de weging. Het aantal uren die een werknemer presteert tijdens de avond of nacht en tijdens het weekend verschilt niet alleen per functie maar ook per individu. Daarom werd het als criterium niet weerhouden. Het waarderen en verlonen van deze prestaties wordt het best op een aanvullende wijze gerealiseerd.