{$lblSkipToContent|ucfirst}
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Geregionaliseerde sectoren: toepassingsgebied

Artikel 1, §2 van de cao van 9 juli 2018 bepaalt dat zijn uitgesloten van een IFIC-toewijzing “leidinggevend personeel zoals bedoel in artikel 4, 4° van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen behoudend wanneer het een sectorale referentiefunctie betreft zoals bedoeld in de cao van 28 september 2016 tot het bepalen van sectorale referentiefuncties en een sectorale functieclassificatie, noch op artsen”
Moeten dus geen sectorale referentiefunctie toegewezen krijgen:
Artsen
Leidinggevend personeel zoals gedefinieerd in het kader van de wetgeving sociale verkiezingen:
In geval van sociale verkiezingen, gaat het meer in het bijzonder over het personeel dat op de lijsten van de sociale verkiezingen voorkomt.
Bij gebrek aan sociale verkiezingen, betreft het personeel dat voldoet aan de hierna volgende definities: 
De personen belast met het dagelijks bestuur van de onderneming, die gemachtigd zijn om de werkgever te vertegenwoordigen en te verbinden.
De personeelsleden, onmiddellijk ondergeschikt aan die personen, wanneer zij eveneens opdrachten van dagelijks bestuur vervullen.
Bovenstaande leidinggevenden moeten, krachtens de cao, toch een functie toegewezen krijgen wanneer de personen in kwestie een sectorale referentiefunctie uitoefenen die voorkom in het functietapijt.
Met deze toevoeging wilden de sociale partners vermijden dat hoofdverpleegkundigen geen sectorale referentiefunctie toegewezen zouden krijgen. Hoofdverpleegkundigen moeten dus steeds een sectorale referentiefunctie toegewezen krijgen, ook al zijn ze geoormerkt als leidinggevend personeel voor de sociale verkiezingen!
Deze toevoeging heeft als onbedoeld effect dat er eveneens andere functies uit het tapijt toegewezen moeten worden terwijl het in deze gevallen doorgaans wel over personen gaat met daadwerkelijk leidinggevende verantwoordelijkheid.
 
De sociale partners, in overleg met Ific vzw, hebben dan ook beslist dat leidinggevend personeel dat een functie uit het tapijt bekleedt toch van toewijzing uitgesloten mag worden indien nader onderzoek aantoont dat ze effectief leidinggevende zijn zoals bedoeld in het kader van de sociale verkiezingen.

Studenten met een arbeidscontract die vallen onder PC 330 in de sectoren betrokken bij de implementatie, worden op dezelfde manier en met dezelfde modaliteiten als voor andere werknemers, betrokken voor zover zij onder het toepassingsgebied van de cao van 09/07/2018 vallen. Dit betekent dat studenten een sectorale referentiefunctie toegewezen moeten krijgen (of een ontbrekende functie met een categorie te bepalen door de werkgever, indien hun functie met geen enkele bestaande sectorale referentiefunctie overeenkomt), en dat hun IFIC barema bepaald moet worden volgens dezelfde modaliteiten als voor de andere werknemers.
 

De werknemers waarvoor de beslissing over het einde van hun contract voor 23/04/2019 werd genomen en die niet meer in dienst zullen zijn op 1/10/2019, vallen niet onder het toepassingsgebied en moeten geen functietoewijzing krijgen op 23/04/2019. Wat gebeurt er indien de opzeggingstermijn uiteindelijk wordt verlengd tot na 1/10/2019 (bijvoorbeeld na een afwezigheid door ziekte)? Moet uit voorzorg iedereen die op 23/04/2019 in dienst is een functietoewijzing krijgen?

Nee. Indien dit geval zich voordoet, moet de procedure die voor deze werknemers gevolgd moet worden, op lokaal niveau overlegd worden en gemeld aan de begeleidingscommissie en/of de interne overlegorganen.

Een werknemer in dienst op 23/04/2019 heeft een contract van bepaalde duur dat normaal gezien eindigt voor 1/10/2019. Het contract wordt verlengd tot na 1/10/2019. Wat moet er nu gebeuren? Moet uit voorzorg iedereen die op 30/04/2018 in dienst is een functietoewijzing krijgen?

Vanaf het moment dat er beslist wordt om het contract te verlengen na 01/10/2019, moet de werknemer een functietoewijzing krijgen. Indien het contract wordt verlengd voor 23/04/2019, zal de werknemer zijn functietoewijzing nog kunnen betwisten. Indien het contract wordt verlengd na 23/04/2019 is het de werkgever die de toewijzing bepaalt.

Indien het barema van de werknemer niet wordt aangepast tijdens zijn tijdelijke verplaatsing (hij wordt nog steeds verloond volgens zijn gewoonlijk contractueel barema), moet hij de functie toegewezen krijgen die hij normaal gezien uitoefent. Indien zijn barema wordt aangepast tijdens zijn verplaatsing, moet hij op 23/04/2019 een toewijzing krijgen voor beide functies (zijn gewoonlijke en zijn tijdelijke functie).